Na Den Haag overweegt Utrecht om reclame voor goederen en diensten, waarmee het verbruik van fossiele brandstoffen wordt gestimuleerd, te verbieden. In Den Haag leidde dit al tot rechtszaken door adverteerders (verloren) en een stroom van kritiek uit de vakmatige- en politieke hoek.
Hoewel de bewustwording ten aanzien van het verbruik van fossiele brandstoffen en de schade voor het aardse klimaat, groter is geworden, lijkt het erop dat de publieke opinie wordt beheerst door ‘ná ons de Zondvloed’. De vraag is dan ook of zo’n verbod zinvol is.
Mensen vanuit de conventionele- en conservatieve hoek willen dat wij niet geloven in de zin van zo’n verbod. Ze wijzen op de beperkte effectiviteit. Voorstanders wijzen op de toenemende bewustwording dat uitgaat van dergelijke verboden. Beide kampen (als je ze al ‘kampen’ moet noemen) hebben recht van spreken.
Niet tegen elkaar, maar met elkaar …
Een reclameverbod alléén gaat (op korte termijn) geen vruchten afwerpen. We gaan niet (massaal) minder vliegen als vliegvakanties niet meer ‘in de reclame’ zijn. We rijden niet (minder) in fossiele auto’s en motoren als deze reclametechnisch ‘in de ban’ worden gedaan.
Ondanks de toenemende stroom informatie over ons te zoute, te vette en teveel suikerhoudende gemaksvoer, negeren we ‘de Mac’ (McDonald’s) en ‘de KEK (kant-en-klaar)’ niet.
Reclameverboden als ’single instrument marketingplannen’ hebben geen effect.
Wat dan wel? Reclameverboden als integraal onderdeel van een complete marketing-operatie, die afnemers in de gelegenheid stelt om hun behoeften aan mobiliteit, vakantie, lekkere gemaksvoeding te bevredigen op een voor hen – én voor de aanbieders – winstgevende manier.
Daarvoor moet je samenwerken! Een overheid die alleen verbiedt krijgt minder voor elkaar dan een overheid die naast het verbod een alternatief aanbiedt én aanprijst. Een vliegvakantie kan wel als deze vakantie niet anders kan worden aangeboden (intercontinentaal) of als er een zeppelin-luchtballon-auto-trein-bus-alternatief bestaat.
Gemaksvoeding kan in samenwerking met de marktleidende aanbieders gezonder worden gemaakt. De overheid kan hierin een leidende rol spelen door goed gedrag te stimuleren. Niet alleen bij consumenten, maar – vooral – bij de aanbieders.
Dan kan het wèl …
Dan gaat een reclameverbod op fossiel gepaard met betaalbare alternatieven. Dan gaat een reclameverbod op gemaksvoeding gepaard met een alternatieve keuze. Dan kan zelfs een vape-verbod een alternatief omvatten dat jongeren niet direct in de armen van de zorg drijft.
Dan kan de markt hiervoor lucratiever worden gemaakt door de overheid, mits het leidende bedrijfsleven meewerkt. Wordt aangemoedigd mee te werken. Kortom: werk aan de winkel.
