Ga naar de inhoud

Afscheid van de winkel?

Blokker maakt op dit moment een herstart met hooguit 200 van de eens 400 winkels. Kledingdiscount-familiezaak Wibra sluit vooralsnog geen winkels (of ze moeten wel heel aantoonbaar onrendabel zijn), maar vernieuwde wel zijn bestaande winkels en zijn value-for-money-uitstraling. Woonketen-merk Rivièra Maison sluit al zijn winkels en gaat verder als ‘fabrikantenmerk’. Marlies Dekkers gaat een nog onbekend aantal van haar 7 winkels sluiten. Reden: rentabiliteitsverlies, vooral door duurdere inkoop en personeel

En dat terwijl winkelcentra – zeker de winkelcentra in kleinere steden en in de buitenwijken – toch al kampen met leegloop en leegstand en gemeentebesturen en projectontwikkelaars moeite hebben met het herstemmen van locaties die door de hoge prijzen niet meer te verhuren zijn. Gelijktijdig zien we een her-oriëntatie van retailmerken op de functie van de winkel in de totale marketingmix.

Merken als Mr. Marvis verlangen niet meer dat elke vierkante meter verkoopvloeroppervlakte (VVO) een in beton gegoten omzetbijdrage genereert, maar zien hun outlets steeds meer als (peperduur) uithangbord van merkwaarden en merkbeleving, terwijl het leeuwendeel van de aankopen online plaatsvindt.

De winkel van de toekomst?

De winkel zal blijven, maar de rol verandert! Ketens die structureel van hun winkellocaties afhankelijk zijn voor het aantrekken van klanten en het maximaliseren van de bestedingen per klant, zullen gebaat zijn én blijven bij zoveel mogelijk locaties. ’Name-of-the-game’ is dan minimaliseren van de kosten van het exploiteren van de winkel, zodat de break-even-omzet zo laag mogelijk ligt.

Ketens die minder afhankelijk zijn (of worden) van hun winkellocaties kunnen zich focussen op winkels die een maximaal aantal klanten binnen weten te trekken. Wat die klanten doen (lees: kopen) is dan van minder groot belang dan wat die klanten in de winkel ervaren. Het sturen van die ervaring richting maximale merk-perceptie maakt de kans op conversie naar (online) aankopen het grootst.

De scheidslijn van ‘omzetwinkels’ en ‘merkbeeldwinkels’ zal steeds scherper worden. Maar … de winkel zal blijven. De manier waarop wij klanten met die winkel omgaan, zal veranderen.

Alleen ketens?

Dat de lokale ’single store operators’ die keuze niet kunnen maken betekent niet dat ze kansloos zijn. Ze zullen echter nadrukkelijker dan ooit op zoek moeten naar datgene wat hen van de ketens echt onderscheidt. De lokale modewinkel, die de focus legt naar individuele advisering en aankleding, bijvoorbeeld.

Of de lokale wit- en bruingoedwinkel die de focus verlegt naar ‘equipment for life‘, bijvoorbeeld. Inclusief reparatie, tweedehands-verkoop, lease, etc. Of de lokale autodealer die zich aansluit bij een (franchise-)garageketen en zo elk denkbaar merk op de weg kan houden. De Riviera Maison, die zijn typische woonstijl voortaan online of via merkcampagnes op zijn klanten overbrengt.

Of liever nog: met hen uitwisselt, waarbij de ene klant de ‘verkoper’ kan zijn voor de andere. Bijvoorbeeld. Kortom, ruimte voor de winkel zal er altijd blijven. Mits die winkel met zijn klanten meebeweegt.

Geef een reactie