Via reclamevakblad Adformatie werd bekend dat CDA en NSC een algemeen verbod eisen en voorbereiden op reclame, gericht op jongeren tot en met 18 jaar. Beide partijen vinden vooral de groei van obesitas onder jongeren de aanleiding voor een reclameverbod. En beide partijen hebben te weinig vertrouwen in de beperkende wetgeving die staatssecretaris Vincent Karremans voorbereidt. En te weinig vertrouwen in de zelfregulerende kracht van het bedrijfsleven.
Het eerste (te weinig vertrouwen in Karremans) lijkt me niet terecht omdat de wetgeving nog in voorbereiding is. Het tweede (te weinig vertrouwen in de zelfregulerende kracht van bedrijven) mogen adverteerders-organisatie BvA en reclamebelangenbehartiger VIA zichzelf aanrekenen. Nog los van de discussie die je kunt voeren of een reclameverbod een marketing-probleem (wat dát is het) gaat oplossen.
Marketing – zoveel mag duidelijk zijn – gaat verder dan alleen reclame. Marketing is winstgevend bevredigen van afnemersbehoeften (korte vertaling van de definitie van marketing-professor Philip Kotler). Marketing omvat daarmee ook productbeleid (inclusief productontwikkeling), distributiebeleid (langs welke bricks-and-clicks allemaal verkrijgbaar), prijsbeleid (reguliere prijzen, promotieprijzen, prijs-waarde-verhouding), retentiebeleid (wat doe je om je klanten trouw aan je te laten blijven) en reclame-beleid.
In hedendaagse bewoordingen: een SAVER. Bestaande uit Solution (de P van Product), Availability (de P van Plaats), Value (de P van Prijs), Education (de P van Promotie) en Retention (de P van Permanentie). Die vijfde P noemt Kotler overigens Purpose. Vrij vertaald: waartoe is jouw product op aarde en hoe dient jouw product het belang van de mensheid.
Steken niet opnieuw laten vallen?
Jongeren-obesitas los je op met marketing. En niet alleen met reclame. Daar is dus werk aan de winkel. Voor de fabrikanten, de wederverkopers (lees vooral het supermarktkanaal), voor de overheid en dus ook voor de politiek. Eerder in de geschiedenis is gewerkt met reclame-beperkingen en -verboden. En steeds blijkt dat vanuit verboden een beperkt beperkend effect uitgaat. Ondanks het al jaren geldend verbod op tabaksreclame slagen de verkopers er toch in hun signalen af te geven.
Kijk maar eens naar de gesloten tabaksvitrines op tankstations. Daarvan gaat ook een reclamewerking uit (kijk, hier achter zitten de verboden vruchten. En die zijn, zoals je weet, de zoetste). In plaats van af te stevenen op verder beperkende reclame en zelfs een reclameverbod richting jongeren tot 18 jaar doen de indienende politici (Daniëlle Jansen en Harmen Krul) er veel verstandiger aan om zowel Vincent Karremans als minister van EZ Dirk Beljaarts te manen tot gesprekken met adverteerders en wetgeving voor aanpassing van de marketing door de producenten en marketeers.
Een marketingprobleem los je immers op met marketing en niet met alleen reclame. Laat staan met een reclameverbod …
