Financiën, geld, doekoe…wat is goed NL-s?

Taal is een levend organisme, dat zich elke generatie verder verrijkt. Met taal onderscheiden mensen zich. Niet alleen geografisch, ook socio-demografisch. Senioren kunnen gruwelen van het taalgebruik van jongeren en omgekeerd. Neerlandici schudden vaak het hoofd over de taal van de straat. Wat is nog juist, wat kan echt niet meer? Is het Groene Boekje nog altijd heilig of kan het de haard in…? Geen van beiden. Beide talen bestaan, functioneren naast elkaar, lopen soms zelfs in elkaar over. Woorden als onwijs, te gek, zagen in de jongeren-cultuur het levenslicht en werden steeds vaker geadopteerd door het establishment (in een poging de aansluiting te behouden). Dat zal met doekoe (geld) en osso (huis) ook wel gaan gebeuren…

 

 

Reclame speelt hierin soms voortrekkersrol
In reclame worden vaak neologismen gebruikt, die soms zo boven de commerciële boodschap uit weten te stijgen, dat ze algemeen taalgebruik worden. Kakelvers, Beun de Haas, goeiemoggel, alumilililium…het zijn maar een paar voorbeelden uit een indrukwekkende rij. Reclame verrijkt daarmee vaak de taal. Net als het straatslang dat jongeren vaak hanteren om zich van de kleurloze rest te onderscheiden. Welke taal moet je dus kennen? Juist: die van je doelgroep. En…dan ben je er nog niet. Een bank die opeens jongeren-taal gaat hanteren loopt het risico zijn geloofwaardigheid te verliezen. Immers, zo’n bank moest toch net als je vader zijn: oer- en oersaai, maar door- en-door betrouwbaar. Kortom: de taal die je hanteert moet overtuigend overkomen. Daarbij kan het Groene Boekje helpen, maar nog beter helpt inzicht in je doelgroep, hoe je doelgroep praat en – vooral – wat je doelgroep van jou verwacht! Dan is elke overtuigende taal goed NL-s

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.